Zijn mijn borsten ziek?

Het begon tien maanden geleden. Mijn rechterborst deed raar. Van het ene op het andere moment kreeg ik stuwing in mijn borst. Voor diegenen die het niet kennen, stuwing is een ander woord voor zware, gespannen borsten. Het is het gevoel wat veel moeders krijgen als de borstvoeding op gang komt. Na drie kinderen die ik borstvoeding heb gegeven ken ik het gevoel maar al te goed. Mijn borstvoedingsdagen zijn echter al lang achter de rug. Mijn kinderen geven tegenwoordig de voorkeur aan McDonald’s. Het was een vervelend gevoel maar ik besteedde er echter niet zoveel aandacht aan. Tót mijn andere borst gifgroene vloeistof begon uit te scheiden. Toen begon ik me af te vragen; zijn mijn borsten ziek?

Mijn borsten doen raar

Toch maar even naar de huisarts dus want gifgroene vloeistof ben ik niet gewend. Mijn huisarts onderzocht mijn borsten en kwam tot een verrassende conclusie; de zwelling die ik in mijn ene borst voelde werd veroorzaakt door het Syndroom van Tietze. Of ik daar wel eens van gehoord had? Nou, nee. Het verklaarde een hoop behalve de groene vloeistof. Ik werd doorverwezen voor een mammografie. Van te voren had ik er niet echt bij stil gestaan hoe lastig een mammografie af te nemen is als je a) maar 2 minuten kan staan en b) je je arm omhoog moet houden terwijl dat juist de positie is dat die á la minute uit de kom schiet. Een hele hoop kunst en vliegwerk later was het dan toch gelukt en mocht ik in de wachtkamer wachten op de uitslag. Die bleek goed te zijn maar omdat dit de groene uitvloei niet verklaarde werd besloten voor de zekerheid een echo van de borst te maken. Zo gezegd,zo gedaan. Omdat ook daar niet veel bijzonders op gezien werd kon ik maar één conclusie trekken; mijn borsten doen raar.

Bruin-zwarte vloeistof

Ik kreeg het advies mee om het in de gaten te houden. Als de vloeistofkleur zou veranderen naar bruin of zwart moest ik direct aan de bel trekken. Als ik dat niet aandurfde kon ik altijd om een verwijzing naar de chirurg vragen om met behulp van een injectienaald wat vloeistof uit mijn tepel te halen zodat dit onderzocht kon worden. Echt enthousiast werd ik niet van dit voorstel en dus besloot ik af te wachten. Door de hele corona-periode en alle maatregelen daaromheen in combinatie met een hardnekkige longontsteking die ik opliep raakte het een beetje naar de achtergrond. Mijn borst bleef raar doen en er vast van overtuigd dat er dringend borstvoeding gegeven moest worden. De groene vloeistof bleef maar ik had andere dingen aan mijn hoofd. Tót de kleur veranderde naar bruin-zwart. En zelfs tóen vergat ik het steeds te vragen aan de huisarts, die ik wegens andere issues toch echt wel regelmatig zie. Ik moest het op mijn hand schrijven om te zorgen dat ik het in de spreekkamer niet zou vergeten te vragen. Wat is dat toch met moeders die slecht voor zichzelf zorgen?

Spoed mammografie

Negen maanden na de eerste mammografie ging ik weer naar de huisarts. Dit keer vanwege een hardnekkige oorontsteking die ik niet mee op vakantie wilde nemen. Met het woord borst groot op mijn hand geschreven toog ik naar de dokter. Wat er vervolgens gebeurde is me nog nooit overkomen; ik viel in slaap in de wachtkamer. Ik voelde me helemaal niet moe. Kennelijk dacht mijn lichaam er anders over. In een poging mij wakker te krijgen zag de dokter de tekst op mijn hand waar mijn slapende hoofd op rustte. Pas toen kregen mijn oor en borst de aandacht die ze verdienden. Ik kreeg een verwijzing mee voor een mammografie. Toen ik belde om de afspraak met het ziekenhuis te maken bleek dat de huisarts had gevraagd om een spoed-mammografie.

Zijn uw borsten echt?

Ik haat het woord spoed. Het geeft me altijd het gevoel dat er iets ernstigs aan de hand is terwijl het vaak een storm in een glas water blijkt te zijn. Braaf ging ik, met spoed, alweer naar het ziekenhuis. Het zou toch leuk zijn als ze in het ziekenhuis een stempelkaart zouden hebben. Een stempel per bezoek zodat je voor nieuwe handdoeken of een wasmachine kan sparen. Ik zou inmiddels de troste eigenaar van drie wasmachines zijn dit jaar.

Ik werd uit de wachtkamer gehaald alsof ik al half dood was. Er werd nog net geen brancard bij gehaald. De dame in kwestie wierp één blik op al mijn braces en mijn wandelstok en schoot direct in de overdrijf modus. Toegeven, met 35 graden en de daar bijbehorende kleding vallen al die braces meer op dan normaal en de intentie was ongetwijfeld goed. Maar ik haat het als ik haast moet bekvechten om het recht zelf een behandelkamer binnen te mogen lopen. Binnen sloeg de stemming al snel om. Omdat de mammografie slechts negen maanden geleden was afgenomen werd er gekozen voor een echo. Degene die de echo af nam vroeg, voordat ze begon of mijn borsten echt zijn. Ik moest zó hard lachen. De vraag was niet onbeschaamd bedoelt verzekerde ze me. Maar op mijn leeftijd en na drie keer borstvoeding gegeven te hebben vond ze mijn borsten nog zo jeugdig fier.

Toch naar de chirurg?

Uit het onderzoek kwam niet veel bijzonders. Denk ik. Ze constateerde een irritatie in de borst die de kleur van de vloeistof kon verklaren. Weer kreeg ik het advies de vloeistof met behulp van een injectie in de tepel af te laten nemen door een chirurg. Het leek haar raadzaam de irritatie te laten verwijderen en derhalve de huisarts te vragen om een verwijzing naar het borstcentrum.

Weer word ik niet echt heel erg enthousiast van het vooruitzicht van een naald in mijn tepel. Ik ga maar eens met de huisarts overleggen wat wijsheid is. Gezien mijn ziekenhuis-strippenkaart heb ik weinig trek in onnodige ingrepen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik goed voor mijn borsten moet zorgen en niet eigenwijs moet doen omdat ik geen zin heb ik gedoe. Wat zouden jullie doen? Hebben jullie ervaring met raar gekleurde uitvloei of borsten die in de war zijn? Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen.

Dwing me niet om positief te zijn maar laat me even rouwen

Ik kon er soms de vinger niet op leggen. Wat ze zeiden was ongetwijfeld positief bedoeld maar waarom voelde het dan niet zo? Waarom voelde het alsof de worsteling waar ik doorheen ging ontkend werd? Was ík zo negatief? Waarom stak het me als mensen opmerkingen maakte als;” Kop op!” Of :”Er is altijd licht aan het eind van de tunnel!” Tot ik ergens een stuk las over toxic positivity oftewel toxische positiviteit. Een vorm van positiviteit die helemaal niet zo steunend is.

Moet je altijd positief zijn?

We leven in een maatschappij waar op dit moment veel waarde gehecht wordt aan positiviteit. Zeker als je je in een situatie bevindt die moeilijk of verdrietig is word je extra geprezen als je hier op positieve wijze mee omgaat. Op social media vliegen de positieve quotes je om de oren. Als je ook maar een nanoseconde die positiviteit laat varen en je negatieve gevoelens uit, is er steevast iemand die roept; positief blijven! Is altijd positief blijven echter wel de goede keuze? Wat als we nou gewoon eens genoegen namen met af en toe wat negativiteit in ons leven? Ik heb het soms nodig om even te rouwen. Afscheid te nemen van dingen die ik niet meer kan. Mezelf de tijd geen om die gevoelens echt te voelen helpt mij meer dan ze wegstoppen en een glimlach opzetten. Ik zeg altijd; “laat me even. Hier kom ik ook heus wel weer doorheen, maar nu moet ik even rouwen dus laat me!”

Wat is toxische positiviteit?

Toxische positiviteit houdt in dat alles altijd maar rozegeur en maneschijn moet zijn. Er is enkel ruimte voor licht, luchtig en blij. Voor ‘negatieve’ emoties is geen ruimte. De overtuiging is dat als je maar positief blijft, je alles aan kunt en je daarmee je eigen geluk bepaalt. Hierdoor kan echter onvoldoende ruimte ontstaan voor negatieve emoties waardoor deze vermeden wat de verwerking ervan in de weg staat. Gek eigenlijk, want alle emoties zijn immers valide, écht en okay. Een positieve houding kan zeker helpen om je staande te houden als moeilijke dingen op je pad komen. Toxische positiviteit gaat echter compleet voorbij aan je natuurlijke reactie die ook verdriet of rouw kan zijn en kan daarmee juist schadelijk zijn.

Hoopgevend versus toxisch

validerend en hoopgevend

  1. Dit is zwaar. Je hebt het eerder zwaar gehad en ik geloof dat je dit ook aankan.
  2. Ik weet dat er veel mis kan gaan. Maar wat kan er goed gaan?
  3. Het is normaal om enige negativiteit te voelen in deze situatie.
  4. Het is waarschijnlijk heel lastig om positief te blijven op dit moment. Soms is het okay om op t geven. Wat is jouw ideale uitkomst?
  5. Het is nooit fijn om je zo te voelen.
  6. Is er iets wat wij kunnen doen? Iets waardoor je je vandaag wat beter voelt?
  7. waarschijnlijk heel moeilijk om iets positiefs te zien in deze situatie. Maar over een tijdje valt het waarschijnlijk beter te begrijpen.

toxische positviteit

  • Je komt er wel overheen.
  • etewoon posiief zijn!
  • Wees niet zo negatief!
  • Je moet aleen aan blije dingen denken.
  • Geef nooit op!
  • just be happy!
  • In elke situatie valt iets goeds te ontdekken.

Toxisch? Of onhandig?

Ik denk niet dat alle opmerkingen die je als toxisch kan benoemen ook als zodanig bedoeld zijn. Ik ben ervan overtuigd dat mensen je oprecht een hart onder de riem willen steken maar soms simpelweg niet weten wat ze meten zeggen. En het is ook niet makkelijk. Ik spreek regelmatig patiënten of mensen die rouwen die zich niet erkend voelen in hun pijn. Of dit nu lichamelijk of emotioneel is. Niet iedereen is gezegend met de gave van het woord zei iemand ooit tegen me. Niet iedereen kan de juiste woorden vinden om de ander te laten weten dat hij met je meeleeft, wil helpen of steunen. Een vriendinnetje van mij verloor jaren geleden haar vader. Haar buurman, die haar wilde steunen in dit onverwachte verlies pakte haar hand en zei met verdrietig gezicht; “Gefeliciteerd!” Nodeloos te zeggen dat hij zich doodschaamde en gecondoleerd had bedoeld. Maar de intentie was goed dus nam ze er geen aanstoot aan. Dat is precies wat ik ga proberen te doen een volgende keer dat een goedbedoelde opmerking er lomp uitkomt; uitgaan van de goede intentie. En als ik zelf iemand wil steunen maar niet weet wat ik moet zeggen is dát wat ik zeg. Soms schieten woorden immers te kort om recht te doen aan wat de ander meemaakt.

Het leven is een strontkar gevuld met goud

Stel je de volgende situatie eens voor; het is een druilerige woensdagmiddag en je voelt je niet lekker. Je ligt op de bank netflix te kijken en verplicht rust te houden. Niet omdat je wil maar omdat je moet. Je lichaam heeft het nodig. En midden in de middelmatige serie die je aan kijken bent komt een briljante zin voorbij.

Zorg dat je niet vies wordt

Het leven is een strontkar gevuld met goud. Pak alle mooie dingen die je pakken kan maar zorg dat je niet vies wordt.”

Het werd gezegd door een moeder tegen haar zoon wiens leven een onverwachte doch positieve wending had genomen waaraan hij maar met moeite kon wennen. Ik denk dat deze zin me vooral aansprak omdat het raakt aan hoe ik het leven als chronisch zieke ervaar. Het is shit. Maar wel shit met gouden sterretjes. Ik kan er doorgaans slecht tegen als mensen medelijden met me hebben. Niet omdat ik de goede intentie niet kan waarderen maar juist omdat sommigen lijken te denken dat mijn leven alleen maar zwaar is. Ja, ik heb een hele vervelende aandoening. Ja, ik heb er nog wat extra chronische ziektes bij om het kwartet compleet te maken. Ja, ik heb vaak pijn. Ja, ik ben afhankelijker dan ik zou willen zijn. En nee, ik leef niet het leven wat ik een paar jaar geleden voor ogen had. Maar jongens, laten we wel zijn: wie wel? Het leven is inderdaad een strontkar vol onverwachte wendingen en gedoe. Maar ook gevuld met goud en hele mooie momenten.

Pak alle mooie dingen

Begrijp me niet verkeerd. Erkenning voor het feit dat leven met een chronische ziekte of aandoening behoorlijk zwaar kan zijn is zeker nodig. Velen van ons zijn onzichtbaar ziek en knokken op dagelijkse basis voor kleine plukjes erkenning. Maar tussen alle moeilijke momenten zijn er vele gouden. Wij genieten net als ieder ander van onze kinderen, een mooie dag, goed gezelschap of lekker eten. Soms genieten we zelfs van iets simpels als zelf de vaatwasser uitruimen of zelfstandig naar de stad gaan. Je pakt alle mooie momenten mee, hoe klein ze ook zijn. En af en toe merk ik dat ik óók knok voor erkenning van die momenten.

Goed advies?

Eigenlijk is het best goed advies wat ze gaf. Want ook als je “ineens” geconfronteerd wordt met een chronische ziekte neemt je leven een enorme wending. Geen wending die ik als positief zou labelen maar desalniettemin een wending die gewenning vraagt. Als je net ziek wordt of een diagnose krijgt kan alles negatief lijken. Het vereist tijd, acceptatie en aanpassingsvermogen. Ondanks je ziekte zijn er echter genoeg dingen om van te genieten. Genoeg gouden sterretjes tussen alle shit die je over je heen krijgt. Pak ze waar je ze pakken kan. Geniet van de kleine dingen maar zorg dat je niet vies wordt.

Ben jij een thuispoeper?

De thuispoeper. Tot mijn 20ste had ik er nog nooit van gehoord. Ik was compleet bleu tem aanzien van het bestaan van dit fenomeen tót ik meeging op kamp met mijn toenmalige werk. Ik werkte destijds op een groep als groepsleider en zou, samen met een aantal leiding op kamp gaan. Er ging van alles mee waaronder een grote sanitair wagen. Op een avond stapte ik na het eten geheel onwetend de sanitair wagen in om daar, tot mijn grote verbazing, uit weg gefoeterd te worden door mijn anders zo lieve collega. Ze schreeuwde:” ga weg, ga weg, ik ben een thuispoeper !” Enigszins verbouwereerd liep ik de sanitairwagen weer uit en wachtte, al peinzend, mijn beurt af. Wat was in vredesnaam een thuispoeper? Of is het thuispoepert?

Terug bij het kampvuur boodt ze haar excuses aan voor haar snauw. ” Ik kan nou eenmaal nergens anders poepen dan thuis! Als ik ergens anders ben moet ik echt helemaal alleen zijn wil het lukken. Meestal vraag ik iedereen om even te wachten of sluip ik ’s nachts maar het toilet. Eenmaal thuis, na het kamp, vertelde ik het verhaal aan mijn vriendinnen. Ik verwachtte min of meer gedeeld verbazing. Mijn vriendinnen zijn over het algemeen nuchtere types. Met een aantal van hen ben ik op reis geweest. Ik schatte hen in als overalpoepers. Maar wat bleek? Een aantal van hen herkenden het. Spontaan werden er verhalen uitgewisseld over strategieën om ongestoord een grote boodschap te kunnen doen. De meest gehoorde was ’s nachts naar het toilet gaan om een grote boodschap te kunnen doen omdat de toiletgebouwen op de camping dan vaak leeg zijn.

Kak! We kunnen niet openbaar poepen

Jarenlang verdween het fenomeen naar de achtergrond tót ik twee dochters kreeg. We waren op vakantie, beide meiden waren al wel zindelijk maar moesten af en toe nog geholpen worden op het toilet. Op een dag merkte manlief op dat één van onze dochter buikpijn had. Hij had het idee dat ze de hele vakantieweek nog geen grote boodschap gedaan had. Oh, zei ik, dat is vast een thuispoeper. Een wat !? Zei hij net zo verbaasd als ik een aantal jaar daarvoor. Volgens hem is het een typisch vrouwelijk fenomeen, mannen staan daar totaal niet bij stil.

Dat bleek niet helemaal te kloppen. Volgens de Maag Lever Darm Stichting is het een bekend fenomeen. Zo bleek uit onderzoek dat maar liefst 39 % van de respondenten poepen op het werk te vermijden. Ze houden het liever op. Dit kan deels te maken met hoe schoon de toiletten zijn. Gebrek aan privacy bij het wc-bezoek werd echter als één van de voornaamste redenen genoemd. Gezond is het echter niet waarschuwt de stichting. Lang ophouden kan obstipatie veroorzaken.

Wat weten we eigenlijk over poepen?

Wat Poep-feiten op een rij:

  • 60 procent vindt het moeilijk om te praten over poep en darmklachten. 
  • 70 procent geeft aan altijd achterom te kijken na een toiletbezoek. 
  • Waar we op letten tijdens een toiletbezoek? Op de kleur en de structuur van de poep.
  • 85 procent van de mensen geeft aan regelmatig last te hebben van darmklachten. Winderigheid is de meest voorkomende klacht.
  • De meeste mensen gebruiken als aanduiding voor de grote boodschap het woord ‘poepen’ of ‘ontlasting’.  Ook ‘naar de wc gaan’ wordt veel gebruikt. 
  • 90 procent stelt regelmatig zijn toiletbezoek uit. 
  • Voornaamste reden om het toiletbezoek uit te stellen: een vieze/stinkende wc. ( bron: rtl nieuws)

Waarom geeft je lichaam de voorkeur aan thuispoepen?

Maar waarom poepen we eigenlijk het liefst thuis? Het schijnt zo te zijn dat je hersenen hierin een rol spelen. Die geven je lichaam een seintje wanneer je rustig kan gaan. Maar ben je op school, op je werk of op vakantie dan geven je hersenen je darmen eerder een seintje dat je beter even kan wachten. Hier onder wordt het nog een keer uitgelegd.

Eigenlijk is het dus helemaal niet zo vreemd dat het ons niet lukt om buiten ons eigen huis een grote boodschap te creëren. Dus mocht je binnenkort nog op vakantie gaan en er een beetje tegen op zien om op een ander toilet te poepen, dan ben je niet de enige. Of je nou een thuispoeper bent of een overal-en-nergens-poeper, je lichaam bepaalt!

Als ik ziek word bovenop mijn chronische ziekte

Iedereen pikt wel eens een virusje op, wordt verkouden of krijgt bijvoorbeeld de griep. Vooral ouders met een kind op het kinderdagverblijf weten hoe gemakkelijk je iets oppikt. Je moet je een paar dagen ziekmelden op je werk, je plannen met vrienden of familie afzeggen en rekening houden met het feit dat je huis veranderd in een puinhoop omdat je simpelweg te ziek bent om op te ruimen. Maar hoe is het als je een virusje oppikt als je al een chronische ziekte hebt?

Ziek zijn als je al ziek bent

Wanneer iemand al een te kampen heeft met gezondheidsproblemen die symptomen eroorzaakt zoals ernstige vermoeidheid, spierpijn slaapproblemen etcetera kan iets simpels als verkouden worden of griep krijgen niet alleen nieuwe symptomen veroorzaken zoals bijvoorbeeld diarree, koorts benauwdheid maar doorgaans verergerd het de al bestaande symptomen.

Voor de velen onder ons die dagelijks leven met een chronische aandoening geldt dat onze lichamen niet zo sterk zijn als die van een doorsnee persoon, Als je een chronische ziekte hebt worstelt je lichaam op dagelijkse basis om de taken te doen die voor een doorsnee persoon geen moeite kosten. De klap die een virsus je lichaam kan geven komt daarom veel harder aan dan bij een gezonder iemand. Zeker als je niet zo’n goed werkend imuunsysteem hebt.

Een voorbeeld uit ons dagelijks ( gezins) leven

Afgelopen zondagavond bleek onze dochter koorts te hebben. Uit het niets ging ineens haar temperatuur fors omhoog. Ze klaagde over keelpijn en was snotverkouden. Gezien de huidige corona maatregelen hebben we keurig de GGD gebeld en kon ze direct de dag erna getest worden. exact 24 uur later kregen we de uitslag die negatief bleek te zijn. Als er eentje ziek wordt bij ons thuis is het altijd de vraag wanneer, niet of, de volgende ziek wordt en is er 99,9% kans dat ik het virus óók ziek wordt. Als ik ziek word, word ik bovendien zieker dan rest. Als er een prijs bestond voor wie het beste en snelste ziek kan worden zou ik die binnen ons gezin met zekerheid winnen. Zo ook dit keer. Waar mijn dochter er binnen een paar dagen vanaf was en manlief het virus binnen 24 uur zijn lijf uitjoeg, moest mijn lichaam weer eens overdrijven. Daar waar de symptomen bij hen relatief mild waren, waren ze bij een vrij fors aanwezig.

Mijn lichaam slaat op hol

Doordat mijn lichaam door mijn chronische ziektes, astma, endometriose, Tietze en H-EDS om er maar een paar te noemen, het al vrij zwaar heeft is alles wat er bij komt komt letterlijk de druppel die de emmer doet overlopen. Ik kamp op dagelijkse basis pijn, vermoeidheid en spierzwakte die per dag kunnen verschillen. Als er dan ook maar iets komt slaat de boel op hol. Of mijn lichaam komt geheel tot stilstand, maar net hoe je het bekijkt. In dit geval was ik echter wederom een paar dagen compleet uitgeschakeld en aan bed gekluisterd. Ik was mijn stem kwijt door het vele hoesten en de keelpijn en had koorts. Manlief bleef maar wassen omdat ik alles wat ik dronk er binnen een kwartier weer uitzweette. Je kon er letterlijk op wachten. Ergens had het ook wel iets komisch om na het drinken van een glas water datzelfde water binnen een paar minuten weer over mijn voorhoofd en rug te zien lopen. Het verzwakte me echter wel waardoor en ik hulp nodig had van mijn man. De zeiltrip die hij met vrienden gepland had moest hij helaas afzeggen omdat ik niet alleen thuis kon blijven. Ik kon niet voor mezelf zorgen.

Schuldgevoel

Daar waar een doorsnee persoon er met een paar dagen weer bovenop is, heb ik doorgaans het dubbele nodig om het herstellen en kost het me vaak nog langer om weer geheel op krachten te komen. Mijn lichaam veert niet terug. Mijn lichaam is al niet zo goed in staat om de normale taken uit te voeren en dan krijgt ze er ook nog een taak bovenop wat simpelweg niet gaat.

Het vervelende vind ik zelf dat ik me vaak schuldig voel als ik wéér ziek ben. Als mijn man wéér de kinderen uit school moet halen, plannen af moet zeggen of mijn schoonmoeder in moet springen om de boel draaiende te houden. Ik weet dat ik er niets aan kan doen, dat dit erbij hoort en veel chronisch zieken hiermee te maken krijgen. En toch vraag ik me af en toe af of ik me niet aanstel. Gelukkig praat manlief me dat altijd gauw weer uit mijn hoofd. Als ik ziek ben, ben ik ziek voor twee en doen alle onderdelen mee.

Ik wil graag dat er meer bewustzijn komt. Dat men zich realiseert dat wat voor jou een simpele verkoudheid is voor chronisch zieken bovenop hun andere aandoening(en) komt. Dat ons lichaam daardoor anders reageert dan dat van een gezond persoon. Het is intenser en put ons meer uit, het is frustrerend maar we kunnen er niets aan doen. En we stellen ons absoluut niet aan.