Ooh, ze is hoogbegaafd? Is ze verder wel normaal?

Mijn mond viel open toen dit me gevraagd werd. Of ze normaal is? Ja hoor, ze is verder heel normaal. En die van jou? Het feit dat onze dochter uitzonderlijk hoogbegaafd is lokt soms hele vreemde opmerkingen uit.

Uitzonderlijk hoogbegaafd

Ik kan me er nog steeds enorm over verbazen hoe mensen reageren als je vertelt dat je dochter uitzonderlijk hoogbegaafd is. Mensen kunnen bijvoorbeeld vallen over de term uitzonderlijk, maar die hebben we niet zelf bedacht. Dat is hoe kinderen met een IQ boven de 145 genoemd worden. En zij functioneert ruim boven de 145. Vanaf een score van 130 wordt een kind hoogbegaafd genoemd.

We krijgen opmerkingen als; tja, iedere ouder vind zijn kind hoogbegaafd. Of “ooh dan loopt ze sociaal zeker enorm achter. Er bestaan zoveel aannames en misverstanden over (uitzonderlijk) hoogbegaafde kinderen. Iedereen lijkt er wel een mening over te hebben maar vrij weinig mensen hebben er echt verstand van.

Schuw

Het zijn juist dit soort opmerkingen die ouders van hoogbegaafde kinderen kopschuw lijkt te maken. Wij vonden het in het begin ook lastig om hardop tegen anderen te zeggen dat onze dochter hoogbegaafd is. Bang voor de reacties. Maar ook omdat we niet opschepperig over wilden komen. Inmiddels is dat gevoel weg en noemen we het beestje bij zijn naam. Toch zie ik nog veel ouders in mijn omgeving worstelen. En niet omdat ze zelf niet accepteren dat hun kind hoogbegaafd is, maar omdat ze bang zijn hoe anderen zullen reageren. En dus praten ze er maar een beetje omheen, net als wij een aantal jaar geleden deden.

Hoogbegaafd? Dat moet je niet willen!

Het is fijn als mensen het wél begrijpen. Die ene juf van het kinderdagverblijf die zei; “hoogbegaafd, dat moet je niet willen!?”, kon ik wel zoenen! Want het is inderdaad niet makkelijk. Maar veel mensen lijken zich dat niet te realiseren. Als je bedenkt dat het gemiddelde IQ 100 is en je met een IQ van 50 licht zwakzinnig of licht verstandelijk beperkt genoemd wordt ( classificatie Resing & blok, 2002) dan begrijpen mensen vaak weldat deze afwijking van 50 punten van het gemiddelde een hoop uitdagingen met zich meebrengt. Maar dat een afwijking van 50 punten de ándere kant op, dus richting een IQ van 150 uitdagingen met zich meebrengt lijken veel mensen niet te snappen. Ouders met een kind dat licht zwakzinnig is krijgen een hoop begrip voor de zwaarte die de opvoeding van een licht zwakzinnig kind met zich meebrengt. Ik pleit er echt voor dat ouders van kinderen die ( uitzonderlijk) hoogbegaafd zijn, die erkenning ook krijgen. Niet omdat ik zelf zo’n ouder ben, maar vooral omdat ik andere ouders zie worstelen.Ook wij hebben een hele weg afgelegd voordat we wisten dat onze dochter uitzonderlijk hoogbegaafd is.

Leeuwen en beren

Als peuter viel ze al op, bij de overgang naar de kleuterschool had ze al een forse ontwikkelingsvoorsprong. En bij haar eerste IQ test bleek ze uitzonderlijk hoogbegaafd en nog eens véél hoger uit te komen dan we verwacht hadden. Zowel wij als ouders, de onderzoeker als school waren enigszins perplex door haar scores. Ze is verder heel normaal. Maar ze is wel vreselijk verlegen en ziet overal leeuwen en beren. Ze denkt niet één, niet twee maar iets van 17 stappen vooruit. En dat maakt nieuwe situaties soms lastig voor haar. Ze heeft zelf dondersgoed door dat ze in sommige opzichten anders is dan anderen en probeert dat heel erg te verbergen. Niet alleen ik maar ook zij heeft al heel wat kwetsende opmerkingen naar haar hoofd gekregen. Vaak zijn ze natuurlijk helemaal niet kwetsend bedoelt. Maar een kind van drie dat al geleerd heeft haar mond te houden omdat ze steeds wijsneus genoemd wordt, doet je moederhart pijn.

Of ze normaal is? Geen idee.

Ik weet niet wat ik met dat soort vragen aan moet hoor. Ook nu nog niet en inmiddels is het alweer maanden geleden dat die vraag gesteld werd. Ze is gewoon wie ze is. Eerlijk gezegd zou ik niet eens weten hoe je een “normaal” kind zou moeten omschrijven. Ieder kind is gewoon zichzelf, met diens eigen eigenaardigheden. Gelukkig leert onze dochter steeds meer zichzelf zijn. En kan ze steeds beter omgaan met opmerkingen als wijsneus of betweter. Ik zie nog steeds wel eens dat ze echt op haar tong moet bijten om iemand niet te corrigeren. Zo stond er pas een mevrouw naast haar op de markt te mopperen dat ze het zo idioot vond dat ze tegenwoordig ook al eenhoorn hoorns op een dolfijn plakten. Mevrouw vond die eenhoorn rage compleet doorgeslagen. Dochterlief stond haar met grote, verbaasde ogen aan te kijken. Het dier waar het om ging was een narwal, toevallig haar lievelingsdier en gewoon een bestaand beest. Maar ook een die dat de meeste mensen niet kennen.

Ze vindt het nog steeds lastig te begrijpen dat niet iedereen hetzelfde weet. Voor haar is het heel normaal dat ze zoiets weet. Maar dat is iets wat ze zal moeten leren. Andere mensen weten weer andere dingen. En ik? Ik moet leren om te gaan met dit soort opmerkingen en vragen die kwetsen. De ene keer gaat dat echter beter dan de andere keer.

Hoe computerspelletjes mijn dochter hielpen met fouten om te gaan.

Frustratietolerantie. Een prachtig woord. Het betekent zoveel als de manier waarop je met frustraties om kan gaan. Dat je tegenslagen kunt opvangen. Dat je er niet door van streek raakt of dat het je gemoed aantast. Bij frustratie-intolerantie kan een lage impulsbeheersing ervoor zorgen dat je dan bijvoorbeeld uit nijd die hele wekker op de grond smijt. Wekkers waren het niet bij ons thuis maar de dwarsfluit is wel eens door de kamer gevlogen dankzij mijn oudste. En de middelste, liefdevol krulsmurf genoemd, stampt regelmatig woest de kamer uit al dan niet vergezeld van woedende kreten. Frustratie tolerantie nul, zeggen wij regelmatig tegen elkaar als één van onze twee kruidjes-roer-me-niet weer eens ontploft. Het gaat wel over dacht ik steeds. Tot ze op onverwachte manier ineens beter met tegenslagen om leerden gaan.

Wel of geen spelcomputer

Een spelcomputer, wij hadden er nog geen één en we misten hem ook niet. De kinderen spelen buiten, knutselen, lezen of kijken tv. Bij vriendjes en vriendinnetjes speelden ze wel eens met een spelcomputer maar ze hadden er nog geen enkele keer om eentje voor henzelf gevraagd. Dus wij lieten het maar zo. Eens in de zoveel tijd overlegden we onderling over de vraag of we er wel of niet eentje aan moesten schaffen. Zeker nu ik steeds beperkter raak en ik er dus ook niet meer op uit kan met de kinderen, sloeg de verveling steeds sneller toe. Maar het antwoord bleef nee. Tót we een toffe aanbieding voorbij zagen komen voor een xbox one S. Na rijp beraad werd het antwoord ja. En na een paar dagen proefdraaien bleek het een succes.

Smijten uit frustratie

Gezamenlijk zochten we leuke spelletjes uit. Iets wat voor zowel de jongste van vier als de oudste van zeven leuk zou zijn. We vonden iets waar iedereen tevreden over was en gingen aan de slag. Na de eerste ruzies over wie als eerste mocht en hoe lang ontstond er een spontane oplossing toen de oudste mocht gaan logeren bij een vriendinnetje. Twee kinderen en twee controllers is vrede op aarde en dus werd er heel gezellig gespeeld. Maar toen, toen kwam onze krulsmurf iets moeilijks tegen, iets wat niet meteen lukte. Woest werd ze! Ik stond al in de startblokken om de controller op te vangen want ik dacht dat ze die van woede op de grond zou smijten. Dat viel mee gelukkig maar gestampt werd er wel. En gedreind. Frustratie alom. Haar broer, ook aan het spelen, was geheel níet onder de indruk. Wij als ouders probeerden haar nog te helpen om dat wat ze moeilijk vond op te lossen maar daar was madammeke niet van gediend. Dus lieten we haar maar even uitrazen. En warempel, na enige stoom afgeblazen te hebben liep ze weer terug, pakte de controller en speelde verder.

Een voorstelling zonder publiek….

Een voorstelling zonder publiek gaat niet door zei mijn moeder altijd. Oftewel, als je aan bepaald gedrag geen aandacht geeft, dooft het uit. Het boze gestampvoet herhaalde zich nog een aantal keer. De spelcomputer was in zijn geheel niet onder de indruk en deed gewoon want ie moest doen; spelcomputer zijn. Broer- en zuslief vonden het boze gestampvoet echter een prima kans om de controller van onze krulsmurf in te pikken en zelf verder te spelen. Dat leverde in eerste instantie meer gestampvoet en boze geluiden op, tót ze bedacht dat ze haar controller dan maar mee moest nemen. Wij keken aan de zijlijn toe en wachtten af.

En toen kwam haar broer met een geheel eigen invulling van de gespeelde computerspelletjes. Juichend kwam hij vertellen dat hij alwéér twee levens kwijt was. Juichend stortte hij zich van bergen en daken af. En vol overgave verdronk hij zijn poppetje. Want tja, de spelletjes waren eigenlijk nog te moeilijk voor hem maar hij wilde zo graag meespelen. En dít kon hij wel. Hij genoot er met volle teugen. Niemand gaf meer aandacht aan het boze gestampvoet. Er werd fanatiek gespeeld en hard gelachen om broerlief die van de berg afviel. En langzamerhand nam het gestampvoet af. Ze vond het nog steeds moeilijk om bepaalde puzzels op te lossen maar werd steeds fanatieker in haar pogingen. Toen het wél lukte juichtte ze hard.

Samenspelen of samenwerken?

Echt interessant werd het toen er een vriendinnetje kwam spelen met hetzelfde temperament. Het leek mij het perfecte recept voor een hoop gestampvoet en fikse ruzie; één van de dames flink competitief en één van de dames met 0 frustratietolerantie. We zetten een spelletje op waar ze zowel tegen elkaar moesten races áls samenwerken. En dat alles verpakt in een zoetzappig Disney jasje. Het resultaat? Niks geen ruzie! Ten eerste leverde het voor ons geweldig entertainment op. Als je zes ben en je moet, met een controller in de hand, onder bruggen door duiken of over daken heen springen, dan doe je dat met héél je lijf. Er werd gesprongen, er werd gebukt, er werd gerend op de plaatst en vol overgave geschreeuwd bij elk behaald doel. Als de één fanatiek schreeuwde;” waar ben je, waar ben je?!” Dan wees de ander naar haar borst en zei; “hier!” Ze renden door de woonkamer en herhaaldelijk moesten we ze even naar achter halen omdat ze met hun snuit haast bovenop de tv stonden.

Het lukt me heus wel!

We stonden perplex. Ze zei het echt. Onze dochter, onze oudste dochter die bang is om fouten te maken en elke situatie waarin de kans daarop bestaat, vermijdt. Die dochter die snauwde haar zusje toe; het lukt me heus wel! En dat nadat het toch al een keer of 17 niet gelukt was. En inderdaad, het lukte. Ze blééf volhouden. Ook al raakte ze gefrustreerd, ze gaf niet op. Haar broertje en zusje moedigden haar luid juichend aan en alledrie schreeuwden ze in triomf toen het gelukt was. Langzamerhand begon ik steeds meer voordelen van dat ding te zien. Misschien was het tijd om al mijn vooroordelen te laten varen.

Ik ben om

Ik moet toegeven dat een spelcomputer in huis veel meer positieve gevolgen heeft dan verwacht. Daar waar ik vreesde dat het een negatief effect zou hebben op het buitenspelen, fantasiespel of knutselen blijkt dit helemaal niet het geval. Dat doen ze nog steeds graag. Maar als het pestweer is buiten en zelfs de katten binnen blijven, wordt er nu gegamed. Het gezeur of er gegamed mag worden valt me mee. De eerste tijd was het af en toe gedoe maar dat nam al gauw zienderogen af. Ik zie vooral voordelen. Ze spelen écht samen, helpen elkaar, moedigen elkaar aan en leren dat ze níet zomaar op moeten geven. Ze zijn een stuk actiever bezig dan wanneer ze hangend op de bank tv kijken. En dat is voor mij een héle opluchting. Want op de dagen dat ik erg slecht ben kon ik soms niet anders dan hen voor de tv zetten zodat ik, naast hen op de bank, kon slapen. Ik had nooit verwacht dat ik nog eens zoveel voordelen van een spelcomputer zou zien, maar ik moet toegeven; ik ben om!

Gelukkig Nieuwjaar! Wat zal het nieuwe decennium ons brengen?

Gelukkig Nieuwjaar beste lezers! Namens het hele justliveblog team wens ik jullie een goed, gezond en liefdevol 2020 toe. Voor mijn eerste blog voor het nieuwe decennium besloot ik eens op onderzoek uit te gaan. Zouden er al voorspellingen gedaan zijn over de jaren die komen gaan. Maar wat ik toen vond…..je zou er spontaan de komende tien jaar van thuis blijven. Of toch niet?

Nostradamus & 2020

Bijna iedereen heeft wel eens van Nostradamus gehoord. Hij was een Franse ziener die in 1555 zijn eerste boek publiceerde. Veel van zijn voorspelling zijn beschreven in metaforen op mysterieuze wijze waarsoor ze soms moeilijk te lezen zijn. Toch zijn er al een hoop uitgekomen. Wat zou de goede man voor 2020 voor ons in petto hebben?

  • Hij beschrijft een grote aardbeving in de Nieuwe Wereld. Velen gaan er vanuit dat hiermee Amerika bedoelt wordt en hij beschrijft dat Californie door een catastrofe geraakt zal worden ergens in het jaar 2020.
  • Een nieuwe economische crisis. Banken gaan failliet, een nieuwe recessie en donkere tijden voor de algehele economie. Schinnbaar heeft hij de eerdere financiële crisis, 2008, ook goed voorspeld.
  • We weten allemaal dat klimaat veranderingen een big issue is in de wereld op dit moment. Nostradamus geloofde dat in het jaar 2020 de zeespiegel abrupt zou stijgen. Daarbij voorspelde hij grote stormen en orkanen. Sommigen daarvan zullen leiden tot catastrophe. Mede als gevolg daarvan ontstaat er een globaal conflict. Hij schrijft, zeer mysterieus: In the city of God, there will be a great thunder. Two brothers torn apart by Chaos while the fortress endures. The great leader will succumb The third big war will begin when the big city is burning.”  Deze oorlog zou beginnen in Frankrijk.

Een wel heel depressieve blog

Oeps! Aardbevingen, financiële crisis, catastrofes alom. Daar zat ik dan, dit beloofde een wel heel depressieve blog te worden. Daar wordt natuurlijk niemand blij van. Als je deze voorspellingen zo leest kan je beter de rest van het decennium in bed blijven met je hoofd onder de dekens. Maar ja, zo zijn wij niet als justliveblog team. De dames van het JBL-team hebben al heel wat rampspoed en catastrofes meegemaakt. Misschien niet zozeer met elkaar maar meer in ons privé leven. Sommige dingen hebben jullie kunnen lezen in onze blogs, andere dingen niet, die houden we voor onszelf. Het feit dat je blogt over je lezen (als chronisch zieke vrouw) wil immers nog niet zeggen dat je álles deelt. Maar geloof me als ik zeg, lieve lezer, dat de dames van dit team niet bepaald voor één gat te vangen zijn.

Je maintiendrai

Herken je hem? Misschien wel, misschien rinkelt er een belletje maar kan je het niet plaatsen en misschien zegt het je niks. Je maintiendrai is de wapenspreuk van Nederland sinds 1815. Het betekent letterlijk ik zal handhaven. In het engels vertaald als I will maintain, ik zal volhouden. En volhouden, daar zijn we goed in. Gooi wat rampspoed onze kant op, we worstelen en komen boven. Net als de, ja daar zijn we weer, Nederlandse leeuw. Luctor et emergo ( ik worstel en kom boven) is de wapenspreuk van Zeeland en stamt, hoe toevallig, uit de tijd van Nostradamus. Onder de dekens verstoppen uit angst voor de rampspoed die komen gaat past niet bij ons als team. Dus Nostradamus kan de pot op met zijn voorspellingen. Wij hebben de afgelopen jaren wat afgeworsteld maar zijn weer boven gekomen. Geen enkele ramspoed kan ons ervan werhouden te genieten van het leven. Een beetje ellende hoort erbij, dat maakt dat je extra geniet van de mooie dingen, van de liefde die je ontvangt en mag geven. Of van de kleine doelen die je behaald.

Focus op het positieve

Het is zo makkelijk om je te focussen op het negatieve. Je op te laten slokken door negatieve ervaringen. Wij kiezen ervoor om ons te focussen op het positieve, op de dingen waar we van genieten en waar we blij van worden. We weten dat er rampspoed onze kant op gaat komen, onze lichamen zijn kwetsbaar, fragiel. Dus hoe groot is de kans dat het een decennium lang goed zal gaan. Precies! Nul. Maar dat geeft niet, we kunnen het aan. Het zal niet altijd makkelijk zijn. Er zullen heel wat tranen vloeien en meer dan eens zullen we de wanhoop tot in onze kleinste vezels voelen. Ik weet echter zeker dat we erdoor heen zullen komen. Niet alleen, maar met elkaar!

Wat zal het nieuwe decennium ons brengen?

Lieve lezer, ik heb geen flauw idee! En ik wil het ook niet weten. De belangrijkste dingen van het afgelopen decennium zag ik immers ook niet aankomen. Ik ontmoette een fantastische man, werd verliefd en kreeg drie kinderen met hem. Ik werd ziek, kwam thuis te zitten, verloor mijn baan en raakte steeds beperkter in mijn functioneren. Ik onmoette nieiwe vrienden en raakte een paar oude vrienden kwijt. Ik heb geleefd, tot in mijn kleinste vezel. En dat is wat ik komend decennium ook van plan te gaan doen. Leven, met alle ellende die daar bij hoort. Want ik weet, ik kom er wel weer uit, ik kom wel weer op mijn pootjes terecht. En jij, lieve lezer, jij ook. Daarom wil ik je dan ook, naast een gelukkig nieuw jaar een heel gelukkig decennium toewensen. Vol liefde, geluk en vertrouwen in jezelf!

Lieve groet,

Caroline

Ik ben afgekeurd



Ik ben afgekeurd. 100 % afgekeurd voor de duur van twee jaar. Ik ben opgelucht en vreselijk verdrietig  tegelijk.

Het telefoontje

Ze belden om half zes ’s avonds, precies onder het spitsuur met de kinderen. Vanwege het afgeschermde nummer en de heksenketel vlak voor het eten nam ik niet op. Ik dacht dat het een telemarketeer was. Die bellen immers vaak rond dat tijdstip. Pas toen er een voicemail werd achter gelaten had ik door dat het iets anders was. Een voicemail bericht van het UWV met de mededeling dat de uitslag van de keuring bekend was, of ik even terug wilde bellen. Maar ja, om kwart voor zes was er niemand meer bereikbaar. Wegens mijn eigen zenuwen heb ik manlief gevraagd dit voor mij te doen.

Ambivalente gevoelens

De volgende morgen zat ik met een knoop in mijn maag naar mijn koffie te staren, wachtend op bericht van mijn man. Pas na een paar uur kwam het verlossende antwoord. Ik ben volledig afgekeurd voor de duur van twee jaar. Ik moest zó huilen, van opluchting en van verdriet.

Ik ben écht opgelucht dat ik niet hoef te gaan werken. Ik zei tegen manlief;  ik kan zo veel maar ik kan niks. Ik kan niet zitten, niet te lang praten, mijn handen amper gebruiken. Mijn hoofd doet het wel maar de rest niet. En mijn hoofd alleen op goede dagen. Maar ik ben ook heel verdrietig, want ik wíl graag werken. Afscheid nemen van mijn werk is óók een vorm van rouw, hoe opgelucht ik ook ben over de uitspraak.

Consequenties voor de kinderen

Nu eindelijk duidelijk waar we staan is er een last van mijn schouders gevallen. Het betekent echter wel dat we nu bepaalde knopen door moeten hakken die ook gevolgen hebben voor de kinderen. Zo moeten we de BSO opzeggen omdat we, als ik niet meer werk, geen kinderopvangtoeslag meer krijgen. En zonder kinderopvangtoeslag wordt de BSO voor drie kinderen te duur. Daarbij moet ik wel eerlijk toegeven dat ik het al maanden niet leuk meer vond dat ik gewoon thuis was en de kinderen drie straten verderop bij de opvang waren. Zij hebben het echter enorm naar hun zin op de BSO dus voor hen wordt dit een grote verandering. “Maar dat kan je toch helemaal niet? De kinderen nóg een middag thuis redt je helemaal niet!”, riep een vriendinnetje verbaasd uit. En dat klopt, dat gaat helemaal niet. Ik red het fysiek niet. Daar moeten we de komende weken nog een oplossing voor zien te vinden.

En nu?

De eerste emoties zijn alweer wat tot rust gekomen. Ik moest het er even uithuilen. Mensen om me heen probeerden me op te vrolijken met goedbedoelde opmerkingen als “waar een deur sluit gaat een raam open!” En daar geloof ik ook zeker in. Maar toch dacht ik steeds, kom op joh, laat me nou even! Dit is gewoon kut! Hoe fijn het ook is dat ik nu de komende twee jaar even rust heb, ik heb even wat tijd nodig om het te laten bezinken. Om al deze ambivalente gevoelens uit te laten razen. En daarna vind ik wel weer een evenwicht.

We gaan voor goud

Ik vertelde aan de fysio dat ik bericht had gekregen van het UWV en hij feliciteerde me. Om daar vervolgens de nuance aan toe te voegen, dat het natuurlijk helemaal niet leuk is maar dat het me wel de kans geeft me op mijn revalidatie en mijn gezin te richten. Mijn gezin heeft me hard nodig en het kost me op dit moment enorm veel moeite om die rol goed vorm te geven. De pijn en vermoeidheid zitten teveel in de weg. Ze zitten ook mijn revalidatie in de weg. En dus is er vorige week door de behandelaars een nieuw plan van aanpak opgesteld waar we de komende 6 maanden mee aan de slag gaan. We gaan voor goud!, zegt de fysio steeds optimistisch. Dat wordt mijn doel voor de komende maanden. En daarna? Ik heb geen idee. Zover kan ik nog niet denken.

Ik? Afgekeurd? Doe niet zo raar! Mijn eerste stappen richting het UWV.

De envelop van het UWV. Het liefst had ik ‘m volledig genegeerd. Gewoon ordinair mijn kop in het zand gestoken. Ouderwets effectieve struisvogelpolitiek. Ik wist precies wat er in zat maar had totaal geen zin om de inhoud ook daadwerkelijk te lezen. Maar ja, sommige dingen in het leven kan je maar beter niet negeren.

WIA-aanvraag

Een aantal maanden geleden begon de maatschappelijk werkster van de Hoogstraat er al over; de WIA aanvraag. Destijd begreep ik er nog niet veel van. WIA aanvraag? Ik? Mijn doel was toen nog om weer volledig te kunnen werken. Zij had daar haar vraagtekens bij. Haar leek het beter als ik voor de duur van een aantal jaar volledig afgekeurd zou worden zodat ik optimaal de kans zou hebben te herstellen. Ik wist niet zo goed wat ik ervan moest denken. Ik ben, nee ik was, zó met mijn vak verweven. Maar toen begon de arbo-arts er ook al over.

Niet inzetbaar

Ik heb frequent contact gehad met de arbo arts en heb dit altijd als steunend ervaren. Hij volgde mijn proces nauwgezet, overlegde met mijn revalidatiearts, met mijn leidinggevende en met mij. Zijn stelregel is vanaf het begin geweest dat als ik weer minimaal twee weken aaneengesloten zelf voor mijn kinderen kon zorgen, zonder ziek te zijn, zonder mezelf vol te proppen met pijnstillers en zonder hulp van anderen, we dan eens zouden gaan praten over re-integreren. Dat is me de afgelopen twee jaar niet gelukt. Er is geen enkele week geweest dat ik me helemaal goed voelde; pijnvrij, niet moe. Telkens probeerde ik het weer in gesprekken met hem, gaf ik aan dat ik zo graag weer wilde werken en mijn werk miste. Maar, geheel terecht overigens, hij gaf aan dat ik geen continuïteit kon bieden en derhalve niet inzetbaar was. Toen mijn revalidatie in vorm van dagbehandeling begon werd afgesproken dat we die periode sowieso niet over re-integratie zouden praten omdat ik al mijn tijd, energie en focus nodig had voor het revalidatietraject. Na de maanden dagbehandeling, ging de revalidatie door maar in mijn eigen woonplaats. De eerste jaars beoordeling vond plaats en de algemene conclusie was dat ik niet inzetbaar was.

15 uur per maand werken, maar welke 15 uur?

Het tweede jaar ziektejaar begon en langzamerhand begon het duidelijk te worden dat ik niet vooruit ging maar achteruit. Meer (sub)luxaties op verschillende plekken en steeds meer beperkingen. Bij mij begon het kwartje langzaam te vallen dat ik misschien wel eens niet meer aan het werk zou kunnen. Telkens als ik een goede dag had, kreeg ik weer hoop. Een gevoel van; dit lijkt weer op mijn oude ik. Om vervolgens ongemerkt over mijn grenzen heen te gaan en de dag erna in puin te liggen. Ik heb echt moeten leren om op de momenten dat ik me goed voel niet zo hard van stapel te lopen en allerlei dingen te gaan doen die me slechte momenten niet lukken. Ik moet daar altijd de dag erna de prijs voor betalen. Maar die hoop, die op goede dagen opvlamt, die is voor mij killing. Toen ik dat besprak met de arboarts deed hij de legendarische uitspraak dat hij mijn gevoel begreep en dat ik waarschijnlijk wel voor 15 uur in de maand inzetbaar ben. Maar dat niemand weet welke vijftien uur omdat mijn aandoening nogal onvoorspelbaar is. Met die opmerking viel er niet één maar een hele bak met kwartjes. Ik ben een onbetrouwbare werknemer. Wat dat betreft ben ik ook een onbetrouwbare vriendin/ partner/ moeder/ familie geworden en zeg ik tegenwoordig altijd maar als ik een afspraak maak dat ik garantie geef tot aan de voordeur. Ik hoef maar te niezen of per ongeluk te hard te lachen en er schiet weer iets uit de kom. En dan moet ik afzeggen

Twee jaar ziek

Veel sneller dan ik had verwacht kwam het einde inzicht en was ik bijna twee jaar ziek. Samen met de arboarts en collega van HR werden de benodigde documenten verzameld en opgestuurd naar het UWV. Mijn WIA aanvraag was een feit. En hoewel ik over heel veel dingen makkelijk kan praten of schrijven, hield ik dat voor mezelf. Ik kan het gewoon nog niet zo goed verenigen met mijn zelfbeeld. Ik hou van mijn werk, ik werk graag en heb altijd hard gewerkt. Maar nu moet ik er niet aan denken om te gaan werken want dat kan ik ( nog) helemaal niet. De dag dat ik de afspraak had voor de keuring wist naast manlief en mijn schoonmoeder niemand er iets van. Niet dat ik het nou bewust voor me hield, het kwam er gewoon niet uit. Ik wilde het wel vertellen aan mijn lieve vriendinnen, collega’s of andere betrokkenen maar er kwam simpelweg geen woord uit mijn mond. Ik heb werkelijk waar geen idee wat ik er van moet vinden.

Waar moet ik op hopen?

Twee dingen staan als een paal boven water; ten eerste dat ik blij ben dat er een dergelijk vangnet bestaat in Nederland en ten tweede dat ik mijn werk enorm mis. Bijna alles wat ik over de keuring bij het UWV had gelezen was negatief. Mensen die wanhopig beschreven dat ze van alles moesten maar dat niet waar konden maken. Maar ook mensen die wilden werken en volledig afgekeurd werden. De therapeuten om mij heen hopen op / gaan uit van volledige afkeuring. Maar ik weet het niet. Ik wil graag werken maar ik weet óók dat ik dat op dit moment helemaal niet waar kan maken. Dus ik wacht af…….