Over Dotta

Mijn oudste dochter wordt door mijn jongste dochter sinds lange tijd Dotta genoemd. Zo heet ze niet, maar we vonden het zo schattig dat we haar niet corrigeerden. De naam is blijven plakken. Dotta is nu een vierjarige kleuter met 1001 vragen over het leven, de dood, religie etc. Haar vader en ik genieten enorm van Dotta maar vinden het soms ook erg lastig om haar (op juiste wijze) op te voeden. Dotta lijkt hoogbegaafd te zijn.

Ontwikkelingsvoorsprong?

Al sinds ze een baby is valt ze op in haar ontwikkeling. Het was de consultatiebureau arts die ons voor het eerst wees op het feit dat ze behoorlijk voorliep in haar ontwikkeling. Toen ze tweeeneenhalf was, trok het kinderdagverblijf aan de bel. Ze was voor hen niet bij te benen maar ook onrustig en gefrustreerd op de groep omdat alle andere kinderen “dom” waren in haar beleving. Na observaties en wat testjes werd ook daar een flinke ontwikkelingsvoorsprong geconstateerd. Ons werd geadviseerd om alvast op zoek te gaan naar een school passend bij haar capaciteiten en ontwikkelingstempo.

Zelf kon ze niet wachten tot ze naar school kon. De dag dat ze drie werd brak aan en zij was er vást van overtuigd dat ze diezelfde week nog vier zou worden. Toen dat niet gebeurde hadden wij een woedende peuter in huis. Door een aftelkalender te maken wisten we de tijd tot aan de eerste schooldag te overbruggen.

De juf

Haar eerste kennismaking met de juf was spannend. Ze had er heel veel zin in en barstte van de vragen. Direct na het voorstellen werd de juf dan ook overladen met hoe en waarom vragen. Nu is deze juf een echte, onvervalste, Annie Mg Schmidt-juf. Één blik van de juf is voldoende om alle kinderen, inclusief hun ouders, in het gareel te laten schieten. Maar een compliment van haar doet ons allen, ja oom de ouders, een paar centimeter groeien. Dotta was in het begin gek op de juf. Ze beantwoordde al haar vragen en leerde haar Engels.

Gedragsverandering

Langzamerhand sloeg Dotta’s gedrag om. Ze werd boos, weerbarstig, brutaal en verdrietig. Ik herkende mijn dochter amper meer. Haar zusje was voortdurend de pineut. Kreeg de lelijkste woorden naar haar hoofd en steevast het predikaat dom. Gesprekken met de juf volgden waarbij zij aangaf dat ze het idee had dat Dotta zich verveelde. Ze nam al deel aan een verrijkingsgroepje naar dit bleek niet genoeg. Of ze haar extra takjes mocht geven. Wij stemden toe en wachten af. Het ging het een aantal weken goed. Ik had mijn oude, lieve, grappige kleuter terug. Vlak voor de zomervakantie stak haar boze gedrag de kop weer op en gingen we weer in gesprek met de juf. Een aanpassing in takjes volgde en we begonnen het riedeltje weer opnieuw.

Inmiddels heeft deze dans zich al een aantal keer herhaald. Na een fikse uitbarsting waarbij onze dochter wegliep en ik haar huilend terugvond, zich afvragen waarom ze geen Spaans mocht leren, heeft er een gesprek plaatsgevonden met Juf en begaafdheidscoordinator. Zij zien een kind wat met twee vingers in haar neus door de aangeboden taken heenfietst en stiekem aan het rekenen en lezen is. Advies: onderzoekstraject om haar ontwikkelingsmogelijkheden en behoeften gedegen in haar te brengen. We hebben ingestemd. Wij willen graag onze blije kleuter terug en haar voldoende kunnen steunen in haar drang om te leren lezen, rekenen en als het aan haar ligt autorijden.

Follow my blog with Bloglovin

Let’s talk about sex!

Kinderen zeggen zelden letterlijk ‘Ik word seksueel misbruikt,’ maar geven vaak wel signalen af. Belangrijk dat de volwassenen om hen heen die signalen zien maar beter nog, dat ze laten zien het normaal is om over seks te praten. Seks moet altijd een onderwerp van gesprek zijn tussen een jeugdzorgprofessional en een kind. Deze belangrijke les leerde ik van Samira, een moeder van een meisje die bij ons onder toezicht staat.

Samira is 15 als ze voldoende moed heeft verzameld om aan haar mentrix op school te vertellen dat ze misbruikt wordt door een familielid. Maar als het puntje bij het paaltje komt, kan ze de juiste woorden niet vinden en alleen maar heel hard huilen. Haar mentrix vraagt verder niet door. Nu zit ze als volwassen vrouw bij ons op kantoor en vertelt hoe het voor haar was en waarom ze het toen niet heeft kunnen vertellen.

Meerdere keren probeert ze het te vertellen

Het misbruik begint als ze vier is. Hoe ouder ze wordt, hoe ernstiger en frequenter. Door de jaren heen zijn er meerdere momenten geweest waarop ze heeft geprobeerd het aan een volwassene te vertellen.

Als zevenjarige wil ze tegen haar moeder zeggen waarom ze niet meer naar haar oom en tante wil. Ze kent de woorden niet om aan te duiden wat er gebeurt maar zegt dat ze haar oom stom vindt. Haar moeder wordt boos en vindt haar ondankbaar. Haar oom en tante passen namelijk vaak op als haar ouders moeten werken en nemen haar regelmatig een dagje mee uit. Haar moeder vraagt niet verder door en Samira laat het er bij.

Een jaar later doet ze een poging om aan haar juf op school uit te leggen waarom ze niet met haar oom en tante mee naar huis wil. De juf zegt dat ze het aan haar moeder moet vertellen en heeft er daarna nooit meer naar gevraagd.

Samira glijdt af maar durft het niet te vertellen

Rond haar dertiende glijdt ze steeds verder af. Ze wordt depressiever en haar schoolresultaten gaan hard achteruit. De gesprekken met de docenten hierover voelen als een beschuldiging. Ze is immers slim genoeg dus men twijfelt aan haar inzet. Ze wordt doorverwezen naar de GGZ maar ook daar duurt het twee jaar voordat ze écht durft te vertellen wat er speelt.

Op de vraag ‘Heb je wel eens iets naars meegemaakt?’ begint ze te huilen

Ze gaat er over praten omdat een nieuwe therapeut er naar vraagt. Het was gewoon één van de standaard kennismakingsvragen over allerlei zaken. En bij de vraag of ze wel eens iets naars heeft meegemaakt op seksueel gebied, moet ze heel hard huilen. Wanneer haar therapeut doorvraagt, vertelt ze haar het hele verhaal en zet ze de eerste stappen naar verwerking.

Had er maar iemand naar gevraagd

Nu is het gezin bij de jeugdbescherming omdat het thuis niet goed is gegaan. In de begeleiding komt het onderwerp seks op tafel. Als de jeugdbeschermer vraagt of Samira zelf nare ervaringen heeft op dit gebied, brengt dit haar meteen terug naar haar eigen jeugd. Had er toen maar iemand heel simpelweg naar gevraagd, dan had ze alleen maar hoeven te knikken. Dan had haar leven er misschien heel anders uitgezien.

Praten over seks is best moeilijk maar het moet. We moeten er naar durven vragen om kinderen de gelegenheid te geven om er over te praten. In een volgende blog geef ik een aantal tips die je helpen om het bespreekbaar te maken.

Caroline Karssen, gedragswetenschapper Jeugdbescherming west

(Deze blog verscheen eerder op jbwestblogt.com)

Follow my blog with Bloglovin

Is er voldoende aandacht voor hoogbegaafdheid in de jeugdbescherming?

Bij de jeugdbescherming en jeugdreclassering is veel kennis en expertise over kinderen en jongeren met een (licht)verstandelijke beperking. Er is gespecialiseerd zorgaanbod en medewerkers worden speciaal opgeleid om met deze doelgroep te werken. Veel minder aandacht gaat uit naar de groep hoger begaafde kinderen en jongeren, terwijl ook dit een groep is die speciale aandacht en begeleiding nodig heeft. Hebben wij voldoende aandacht voor deze groep en is er voldoende passend hulpaanbod om hen goed te helpen?

Wat is hoogbegaafdheid?

Hoogbegaafdheid is een complex begrip. Er worden verschillende theorieën en modellen gehanteerd die op onderdelen verschillen. De meest gangbare is een multidimensionale, dynamische visie die stelt dat de prestaties van een leerling afhankelijk zijn van een combinatie van: aangeboren capaciteiten, persoons- en omgevingsfactoren. [i] Hoge intelligentie is één voorwaarde voor hoogbegaafd presteren maar deze voorwaarde is niet afdoende. [ii] Hoogbegaafdheid wordt tegenwoordig niet zozeer gezien als iets waarmee je geboren wordt en wat stabiel blijft gedurende de rest van je leven, maar veel meer als een samenspel tussen deze verschillende factoren.

Beter herkennen

Voor we deze kinderen en jongeren op de juiste wijze kunnen begeleiden binnen het gedwongen kader zullen wij hen allereerst moeten (h)erkennen. En dat blijkt lastig. Sommige hoogbegaafde jongeren presteren juist onder hun niveau. Of laten gedrag zien als verveling, gebrek aan concentratie, het werk niet willen doen, dagdromen of uitstellen van schoolwerk. Ook wordt er soms een bepaalde mate van hulpeloosheid gezien vanuit het gevoel dat het toch geen zin heeft om te veranderen. Ook bij kinderen met een dubbele diagnose waarbij sprake is van bijvoorbeeld ADHD, leerproblemen of autisme, is het erg lastig om hoogbegaafdheid te herkennen. Daarom is het heel belangrijk dat je bij al deze signalen en bij andere problemen, ook probeert zicht te krijgen op het cognitieve niveau. De school kan hierbij een goede informatiebron zijn.

Knelpunten in de begeleiding en zorgaanbod voor hoogbegaafde kinderen?

Maar naast het herkennen van hoogbegaafdheid, zijn er ook een aantal knelpunten in het vinden en vormgeven van passende hulp voor deze groep. Curtis de Roo van het Expertiseteam Complexe zorg van Jeugdbescherming west heeft goed zicht op het hulpaanbod dat beschikbaar is voor jongeren. Hij signaleert de volgende knelpunten:

  • Aansluiting vinden bij de anderen in een groep is voor deze jongeren vaak lastig.
  • Passend onderwijs binnen de gesloten jeugdzorg richt zich vooral op jongeren met (beneden) gemiddelde intelligentie.
  • Vaak is er onvoldoende kennis bij medewerkers op leefgroepen over deze doelgroep en hoe zij dingen leren.
  • Doordat deze jongeren vaak eerder inzicht hebben in hun eigen problematiek, sluit behandeling in een groep niet goed aan.
  • Er bestaat een risico dat deze jongeren andere, minder begaafde jongeren in de groep gaan manipuleren.
  • Bij hoogbegaafde jongeren is regelmatig sprake van langdurig schoolverzuim wat het vinden van écht passend onderwijs moeilijk maakt.

We moeten echt meer aandacht hebben voor deze groep: zowel in het signaleren als in het verbeteren van het zorg- en scholingsaanbod. Mensen denken soms ten onrechte dat het hebben van een hoog IQ het leven gemakkelijker maakt maar deze kinderen hebben hun eigen uitdagingen in het leven. Als ze hierbij goed begeleid worden, kunnen we veel ellende op latere leeftijd voorkomen.

Caroline Karssen, gedragswetenschapper Jeugdbescherming west

[i] Dr. Lianne Hoogeveen, Radboud CSW.

[ii] Stern.. uit; Interventies in het onderwijs:leerproblemen. Snellings & Zeguers.

(Deze blog verscheen eerder op jbwestblogt.com)

Follow my blog with Bloglovin

Beste mevrouw in het zwembad | Week Tegen Kindermishandeling 2017

Beste mevrouw in het zwembad,

Ik werk bij de jeugdbescherming en ben daardoor misschien een tikkeltje beroeps gedeformeerd, maar de manier waarop u tegen uw kinderen stond te schreeuwen en hen dreigde achter te laten in het zwembad was écht heel naar. Uw eigen kinderen stonden zich bibberend en met hun hoofdjes omlaag in hun kleding te hijsen. Andere moeders wierpen u verontwaardigde blikken toe en onze kinderen waren bang. Want u schreeuwde echt heel hard. Maar niemand deed iets en niemand zei er wat van. Uw oudste begon te huilen en als professional had ik hier allang op gereageerd. Nu stond ik daar echter met mijn eigen kinderen die zo geschrokken waren van uw geschreeuw dat ze mijn been niet loslieten. Ik twijfelde en twijfelde; wat moest ik doen? Want ik geef het u te doen hoor. Met twee kleuters en een baby in een zwembad is een hele klus. Maar was dat alles? Was u gewoon moe en had u daardoor een kort lontje? Of is dit hoe het altijd bij jullie thuis gaat? En is dit wat uw kinderen gewend zijn om te horen? Of misschien nog erger?

Toen u de deur uitliep met uw kinderen bleef ik met stomheid geslagen achter. Al fietsend naar huis liet het beeld van de hangende koppies van uw kinderen me niet los. Luisterde ik teveel met mijn jeugdbeschermingsoren? Of was dit gewoon een moeder die haar dag niet had?

Wat had ik nou het beste kunnen doen? Ik weet het nog steeds niet…

Caroline Karssen, gedragswetenschapper

(Deze blog verscheen eerder op jbwestblogt.com)

Follow my blog with Bloglovin

Om kindermishandeling te kunnen zien moet je durven kijken