Het lefgozerjasje

Dochterlief mag een presentatie over de vlinder doen op school. In de plusklas hebben zij en een klasgenoot de presentatie voorbereid en deze week mogen ze ieder alleen presenteren. Hij op maandag, zij op dinsdag . Ze is heel enthousiast. Tót haar zusje aan mij vraagt wat eigenlijk het verschil is tussen een presentatie en een spreekbeurt. Direct ná die onschuldige vraag sloegen de zenuwen toe. Een spreekbeurt!? Dát durfde ze niet! Dan moest ze voor de klas staan!

Verlegen

Onze oudste dochter is zeer verlegen. Nieuwe dingen vindt ze vreselijk spannend en ze vindt het verschrikkelijk als ze voor een groep moet staan. Ze heeft het altijd gehad en, als ik naar mezelf en sommige van mijn familieleden kijk, zal het altijd zo blijven. Maar ze leert er hopelijk, net als wij, mee omgaan. Als ze iets leuk vindt, bikkelt ze zich er dooorheen. Ze is ontzettend taai en schopt zichzelf af en toe een drempel over. Zo vond ze de eerste dag bij het jeugdorkest waar ze in speelt dood eng, want nieuwe mensen, nieuwe omgeving dus eng. Omdat ze het zo graag wilde heeft ze doorgezet en nu vindt ze het geweldig. Lange tijd schaamde ze zich voor haar verlegenheid. Niemand in haar klas is zo verlegen als zij. Samen met haar zijn we bezig geweest om die verlegenheid een andere betekenis voor haar te geven. De norm in de maatschappij lijkt te zijn dat je extravert moet zijn. Maar sommige mensen zijn nu eenmaal introvert of verlegen, of alletwee. Inmiddels durft ze zelf tegen anderen te zeggen dat ze verlegen is en dat verlegen mensen er ook moeten zijn.

Zenuwachtig

Voor de klas staan en een presentatie geven is echter wel een hele grote opgave. Daarbij gaan ze dit jaar als klas voor het eerst spreekbeurten geven en was zij dus de tweede die aan de beurt was. Het onderwerp; de vlinder. In de plusklas had ze de presentatie voorbereid en op twee grote vellen karton geschreven. Plaatjes illustreerden wat ze wilde vertellen. Haar kennende, kende ze datgene wat ze wilde vertellen uit haar hoofd. Dus besloten we thuis vast te oefenen. Nou zou je denken dat dat stukken minder eng is dan voor de klas staan maar niets is minder waar. Oefenen voor haar broertje, zusje en ouders is minstens zo eng. Maar ze deed het. Samen bedachten we trucjes die het minder eng zouden maken zoals haar publiek niet recht aankijken maar een beetje erover heen. Of, zoals de juf dat doet, iedereen de andere kant op laten kijken terwijl zij sprak. Het lukte haar om de presentatie voor ons te oefenen. Zoals verwacht kende ze de inhoud uit haar hoofd. Toen ze klaar was rende ze weg en moest ze heel hard huilen. Alle spanning kwam eruit.

Het lefgozerjasje

Toen ik nog studeerde had ik een docente die haar studenten altijd vertelde over haar lefgozerjasje. Ook zij was verlegen en klein van stuk. Ze had een hekel aan presenteren of voor de klas staan maar was op één of andere manier wel docente geworden. Ze had een trucje ontwikkeld wat haar meer zelfvertrouwen gaf. Als ze een mooi jasje of colbertje aandeed voelde ze zich krachtiger, professioneler. Ze gebruikte het jasje als een soort superheldenkostuum, zo vertelde ze ons, waarin ze zich een beetje anders kon voordoen dan ze was. Ze had het jasje haar lefgozer jasje genoemd.

Het toeval wilde dat Charlotte een paar weken daarvoor verliefd was geworden op een bomberjack met pailletten op de mouwen. Het was er echter niet mee in haar maat dus hadden we het voorbij laten gaan. Toen ik later zag dat haar maat weer beschikbaar was, had ik ‘m als verrassing besteld. Die ochtend was het pakketje binnengekomen. Wat zij niet had gezien maar ik wel, was dat er een heel toepasselijke tekst op de achterkant van het jasje stond.

You can do it!

Achterop haar jasje stond geschreven: you can do it! Toeval bestaat niet. Dolblij pakte ze het jasje uit en toen ze zag wat er achterop stond kreeg ze een glimlach van oor tot oor. “Die doe ik morgen aan mam!” Zo gezegd, zo gedaan. Gewapend met haar lefgozer jasje en presentatie ging ze naar school. Haar zenuwen leken verdwenen. Manlief en ik keken elkaar aan maar zeiden verder niks. Fingers crossed dan maar.

haar lefgozerjasje

Gelukt!

Toen ze ’s middags thuiskwam vertelde ze dat het haar was gelukt. Ze had zelf tegen de juf gezegd dat ze het spannend vond. Die had haar eerst laten oefenen voor haar vriendinnen en daarna, bij de echte presentatie had ze de klas gevraagd de andere kant op te kijken. Lang leve haar juf die haar zo goed begrijpt. Met haar vriendinnen naast haar was het haar gelukt haar presentatie te geven. Apentrots was ze. En wij ook! “Mijn lefgozerjasje heeft gewerkt mam!” Ze was doodmoe maar tevreden. We aten haar lievelingseten als beloning en vierden met z’n vijven deze overwinning. Want dát was het voor haar.

Ik ben geëmanci…..dinges

Mijn dochter van vijf kwam opgetogen uit school. ” Mam, ik heb verkering!” Ze was helemaal verguld. Omdat ik haar langer ken dan vandaag vroeg ik haar voorzichtig of de verkering zelf ook wist dat hij verkering had. ” Nee hoor mam, maar dat hoeft ook helemaal niet meer tegenwoordig. Ik ben geemanci, eh, geëmancidinges en dat betekent dat ik het zelf mag weten!”Dolblij huppelt ze weg en bij mij lopen de tranen van het lachen over de wangen.

inmidels is ze zes en de verkering duurt nog steeds voort. beide partijen zijn inmiddels gelukkig op de hoogte. op hun eigen manier geven ze er invulling aan. ik vinnd het vreselijk schattig. maar verkering hebben als je zes bent, levert ook serieuze problemen op. Zo werd mij op een dag gevraagd hoe de rest nou eigenlijk in zijn werk ging. Want, zo stelt mijn dochter, later gaan ze trouwen. Ze heeft echter geen idee hoe je dat regelt. Nog voor ze de vraag goed en wel ged ik met rollende ogen afgeserveerd. Want ooh ja, ik ben helemaal niet getrouwd, dus ik heb er helemaal geen verstand van.

Mam, heb jij verkering?

Een paar dagen later kwam de vraag hoe ik eigenlijk verkering had gekregen met papa. ” Mama, papa weet toch wel daat jullie verkering hebben? ” Tja, ik geloof het wel, antwoorde ik. ze zat vol met vragen. moeesten ze dan nu hand in hand lopen. En hoe oud moet je eigenlijk zijn om te trouwen? En als ze getrouwd was, waar gingen wij dan wonen? In haar ogen was het een uitgemaakte zaak dat zij met haar toekomstige bruidegom in ons huis zou gaan wonen, maar waar wij dan heen zouden gaan was nog een beetje een raadsel voor haar. Voor mij overigens ook.

Wat is seks?

Om de paar weken komt er weer een vraag. onlangs aan tafel de vraag wat seks nu eigenlijk precies is. Een van de andere kinderen haaste zich om het antwoord te geven; dat is dat je in je blote billen over straat rent! Manlief en ik verslikten ons in het eten van het lachen. Geen idee waar die overtuiging vandaan kwam maar het was duidelijk dat we nog iets uit te leggen hadden. En dus ontspon zich een gesprek over liefde, seks en grenzen. Onze oudste vroeg tot in detail door hoe dat dan in zij werk gaat. Onze uitleg werd beloond met een luidkeels gatver van alle drie de kinderen. En daarmee was het onderwerp afgesloten. Voor nu.

Schattig stel

Ik vind ze een schattig stel samen, op hun eigen manier passen ze heel goed bij elkaar. Hij pikt alles van haar. Soms slaat ze hem goedmoedig op zijn hoofd als hij niet doet wat ze wil. Hij laat het zich allemaal maar een beetje aanleunen. Ze ontvangt kaartjes van hem en zelf geknutselde kadootjes. Daarnaast delen ze een hoop. Beiden zijn ze ontzettend slim en krijgen ze extra uitdaging op school. Die extra uitdaging is een must voor hen. Het zijn twee eigenheimers met een sterke eigen wil en soms maling aan de rest van de wereld. Als ze iets (niet) willen, dan willen ze het ook echt (niet).

Boos

Onlangs was hij boos op zijn moeder en uit protest ging hij met een boos gezicht op de stoep zitten. Armen over elkaar en een gezicht op zeven dagen onweer. Dochterlief, met haar twee vlechtjes besloot op haar roze step naar hem toe te steppen om te vragen wat er aan de hand was. Er kwam wat gemopper uit als reactie. Ik zag haar nadenken wat ze nu moest doen en dus besloot ze maar rondjes om hem heen te gaan steppen. Net zo lang tot hij wél weer met haar wilde praten. Zo lekker simpel. Misschien moet ik dat ook maar eens doen als manlief en ik ruzie hebben. Ik zie mezelf al gaan; vlechtjes in, eenhoorn rugzak op mijn rug en steppen máár.

Lessen voor later?

Hoe schattig het ook is, het is vooral héél leerzaam. De vragen die ze stelt gaan over de serieuze zaken in het leven: liefde,seks, relaties, relatieproblemen en zelfstandigheid. Sinds ze geëmancidingest is, kijkt ze aandachtiger naar de relaties van de volwassenen om haar heen. Weliswaar door zesjarige ogen maar die ogen zien soms verrassend scherp de onderlinge verschillen en overeenkomsten.

Hij is óók geemancidingest!

Zo brengt de ene papa zijn kinderen wel naar school en de andere niet. Dus heeft zij besloten dat haar aanstaande dat wel moet gaan doen. Sommige mamas werken wel, anderen niet, zij weet nog niet wat ze wil. Ze wil wél zelf haar eigen geld verdienen. Aan haar vader heeft ze alvast gevraagd hoe oud ze moet zijn als ze seks hoort te hebben. En aan mij vroeg ze hoe oud je moet zijn om te trouwen. Of ik iemand wist die daar verstand van had. Want ja, jij mam, hebt daar geen verstand van hè. Ik heb haar maar doorverwezen naar oma,die is inmiddels 47 jaar getrouwd. De zesjarige ogen zagen haarfijn dat opa nog niet zo geemancipeerd was. Want, hij brengt niet eens zijn eigen bord naar de keuken mam!? Heerlijk dat gezicht vol verontwaardiging erbij. Gelukkig is die van mij wel geëmancidingest mam! Die kan dat gewoon zelf. Net als papa. En zo is het. Ik ben heel benieuwd hoe dit ” liefdesverhaal” verder zal gaan. De kans lijkt me niet echt groot dat ze later daadwerkelijk zullen trouwen. Voor nu geniet ik ervan en levert het hele leuke gesprekken op.

Internationale dag van de rechten van het kind.Alle kinderen hebben recht op…….gezond leven, school & veiligheid

Voor ieder mens onder de achttien jaar gelden er specifieke rechten, de kinderrechten. Deze rechten zijn afspraken hoe we met kinderen om moeten gaan en gaan over zo’n beetje alles waar kinderen mee te maken hebben. Elk jaar wordt er op 20 november stilgestaan bij de speciale rechten die kinderen hebben. Maar wat zijn die rechten eigenlijk?

Hoeveel kinderrechten ken jij?

Het kinderrechtenverdrag bestaat uit 54 waarvan de eerste beschrijft om wie het gaat, namelijk jongeren onder de achttien. Veertig van de artikelen beschrijven de verschillende rechten die voor kinderen zijn vastgesteld. Veel van de voorzieningen in onze maatschappij hebben te maken met deze kinderrechten en toch kennen de meeste mensen ze niet tot nauwelijks. Want wees eens eerlijk, hoeveel kan jij er opnoemen? Hieronder vind je er een aantal op een rijtje:

  • Recht op een eigen mening
  • Recht op voorrang
  • Recht op een gezond leven
  • Recht op spel en ontspanning
  • Recht op bescherming tegen kinderarbeid
  • Recht op bescherming tegen kindermishandeling
  • Recht op bescherming bij oorlog
  • Recht op bescherming tegen seksueel misbruik
  • Recht op een eigen geloof
  • Recht op een eigen naam
  • Recht om samen te zijn met wie je wil
  • Recht op informatie
  • Recht op zorg
  • Recht op gelijkheid (wat ook hun geloof, ras of nationaliteit is)
  • Recht op speciale zorg voor een gehandicapt kind
  • Recht op voedsel
  • Recht op onderwijs
  • Recht op zorg

Gezond leven, school & veiligheid

Kinderen hebben het goed in Nederland. Tenminste….de meeste kinderen dan. Ik heb lang genoeg met kinderen gewerkt om te weten dat sommige kinderen het helemaal niet zo goed hebben. Voor hen zijn gezond leven en veiligheid helemaal niet zo vanzelfsprekend. 1 op de 9 kinderen in Nederland groeit op in armoede. Ze zijn veel minder vaak lid van een vereniging en gaan om financiële redenen minder vaak op vakantie
en maken minder uitstapjes. Thuis is er geen geld voor nieuwe kleren, voor internet, voor iedere dag een warme maaltijd of een weekje vakantie. Ook een lidmaatschap van een sportclub, het vieren van een verjaardag of het meedoen aan schoolexcursies is niet vanzelfsprekend (Steketee et al., 2013).

Kinderen met een aandoening of beperking

De laatste tijd valt me nóg iets op. Er is heel veel te doen geweest over de jeugdzorg en er is eveneens veel ophef over geweest over de levering van hulpmiddelen aan mensen met een beperking. De voorbeelden die gegeven worden inzake de falende jeugdzorg gaan met name over pleegzorg, kinderen met ernstige gedragsproblemen etc. De voorbeelden die ik lees over wachttijden voor hulpmiddelen gaan vooral over volwassenen. Maar de laatste tijd valt me op dat ouders van kinderen met een beperking ook veel frustratie, boosheid voelen betreffende falende zorg. Er zijn heel veel kinderen in Nederland met een chronische ziekte, beperking of aandoening die extra ondersteuning op school nodig hebben maar die niet krijgen. Of die er heel lang op moeten wachten. Hun recht op gezond leven of schoolgang is daardoor niet gegara deerd.

30 jaar na het kinderrechtenverdrag is een tweede revolutie nodig

Er is een revolutie nodig, zo stelt Terre des Hommes. Zij stellen dat de rechten van miljoenen kinderennogsteeds met voeten getreden worden. En dus níet alleen in derde wereld landen, wat sommigen lijken te denken. Juist ook in de rijke landen zoals ons landen zijnkinderen slachtoffer van mishandeling, misbruik, verwaarlozing of tekortschietend zorg. De kwetsbare groepen blijven achter en worden in de steek gelaten. Het is belangrijk juist naar deze kinderen te luisteren. Geef ze een stem en voorkom dat ze passieve ontvangers van volwassen beslissingen zijn. Alleen op die manier doen we het Kinderrechtenverdrag eer aan.

Ik heb het syndroom van Tietze

Ik heb er een nieuwe micro diagnose bij; het syndroom van Tietze. Omdat ik dat helemaal niet kende ging ik op onderzoek uit. Tietze, wat is dat eigenlijk? Hier beschreven is wat ik vond op internet.

Wat is syndroom van Tietze?

Het syndroom van Tietze is een aandoening van het kraakbeen dat je ribben aan je borstbeen verbindt.

Kraakbeen is veerkrachtig weefsel. Het verbindt je borstbeen met je sleutelbeen en ribben. Het kraakbeen zorgt ervoor dat je borstkas kan bewegen als je in- en uitademt. Bij het syndroom van Tietze is het kraakbeen van één of enkele ribben ontstoken. Je borstbeen kan daarbij gezwollen zijn. Door de zwelling is bewegen, zuchten of hoesten vaak pijnlijk. Ook is je huid soms rood verkleurd op de pijnlijke plek.

Het syndroom van Tietze komt even vaak voor bij vrouwen als bij mannen.

Een aandoening die op het syndroom van Tietze lijkt is costochondritis. In tegenstelling tot het syndroom van Tietze zijn er bij costochondritis meerdere ribben betrokken. Daarnaast is er geen zwelling van je borstbeen zichtbaar bij costochondritis, terwijl er bij het syndroom van Tietze meestal wel een zwelling te zien is.

Hoe ontstaat het?

De oorzaak van het syndroom van Tietze is nog onbekend. Wel komt het kennelijk vaker voor bij mensen met EDS of hypermobiteitsklachten.

Welke klachtwn heb je bij het syndroom van Tietze?

Als je het syndroom van Tietze hebt, krijg je pijn in je borst. Je voelt deze pijn als je beweegt, hoest, niest of op je borst drukt. In mijn geval betekent dit dat ik zowel voor als achter aan de rechterzijde van mijn borstkas pijn heb. Het voelt achter letterlijk alsof er een mes in mijn rug zit dieik voel bij elke beweging die ik maak.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De arts baseert de diagnose meestal op de uitkomst van de klachten die je aangeeft, het lichamelijk onderzoek en het bloedonderzoek.

Bloedonderzoek

Met het bloedonderzoek wil je arts weten of er ontstekingswaarden in je bloed aanwezig zijn. Daarnaast kijkt je arts of er antistoffen in je bloed zitten. Dit zijn eiwitten die met je afweersysteem te maken hebben. Dit doet je arts meestal om andere aandoeningen uit te sluiten. Bij het syndroom van Tietze zijn er geen afwijkingen in je bloed te vinden.

Aanvullend onderzoek

Afhankelijk van de klachten die je aangeeft laat je arts een röntgenfoto of een hartfilmpje maken om andere aandoeningen uit te sluiten. Er zijn geen afwijkingen op de röntgenfoto’s te vinden bij het syndroom van Tietze.

Wat is het verloop van Tietze?

Bij het syndroom van Tietze heb je last van ontstekingen. Die kunnen plotseling optreden of geleidelijk ontstaan. Je klachten gaan bijna altijd vanzelf over. In een enkel geval blijven de klachten af en toe opspelen en is het syndroom van Tietze chronisch.

Welke behandelingen kunnen helpen?

Medicijnen

Vaak schrijft je arts ontstekingsremmende pijnstillers voor (NSAID’s). Of hij geeft je een injectie met een corticosteroïd (een sterke ontstekingsremmer).

In sommige situaties krijg je een intercostale zenuwblokkade. Dat is een behandeling tegen pijnklachten waarbij de prikkelgeleiding van de zenuwen tussen je ribben geblokkeerd wordt. Zo’n behandeling wordt gegeven bij een pijnpoli, dat is een gespecialiseerde afdeling in het ziekenhuis waar je behandelt wordt tegen chronische pijn.

Behandelaars

Voor de behandeling van het syndroom van Tietze kom je meestal bij je huisarts of een reumatoloog.Een fysiotherapeut of oefentherapeut kan je helpen met houdingsoefeningen of ademhalingsoefeningen.

Aanvullende behandelingen

Soms merken mensen met een reumatische aandoening een positief effect van alternatieve behandelingen. Overleg altijd eerst met je arts voordat je met een alternatieve behandeling begint omdat die die bijwerkingen kan geven of een wisselwerking kan hebben met de medicijnen die je gebruikt.

En nu?

Voor mij betekent dit dat ik de komende tijd antibiotica krijg tegen de koorts en om de zwelling weg te krijgen. De fysio schreef rust voor. Of, in zijn woorden, hoe minder je beweegt, hoe minder warm je lichaam wordt, hoe sneller de koorts zakt en de zwelking over is. Pas dan kunnen we gaan kijken of je rib nog op zijn plek zit en die terugduwen. Je begrinpt…ik heb nu al zin in dat laatste. Maar voor nu, rust it is!

** grote delen van de hier boven beschreven tekst komen van reumanederland.nl. Ik heb hun informatie gebruikt om mijn eigen situatie te begrijpen en beschrijven.**

Is mijn kind een mantelzorger?

Elk jaar wordt er op 10 november stil gestaan bij mensen die zorgen voor een ander. Bij de mantelzorgers. Op deze dag van de mantelzorg worden zij extra in het zonnetje gezet want mantelzorger zijn is niet vanzelfsprekend. En ook niet altijd makkelijk. Veel mantelzorgers combineren de zorg voor een naaste met een baan, eigen gezinsleven of bijvoorbeeld studie. Zij verdienen het stuk voor stuk om in het zonnetje te worden gezet. Maar hoe zit dat met kinderen en jongeren die mantelzorger zijn? En is mijn kind er daar één van?

Wat zijn jonge mantelzorgers?

Kinderen en jongeren tot en met 24 jaar die opgroeien met een familielied die lang ziek, gehandicapt, verslaafd, in de war is of een psychische aandoening heeft. Als deze kinderen thuis vaak mee moeten helpen of voor hun familielid moeten zorgen, worden ze gezien als jonge mantelzorger. Deze rol kan een grote impact hebben op hun leven. 10% van alle jongeren in Nederland geeft mantelzorg. Sommige kinderen jongeren vinden het fijn om wat voor een ander te kunnen doen. Maar het kan soms ook teveel worden.

https://youtu.be/gXfcZuhPOdE10% van alle jongeren geeft mantelzorg

Hoe zit dat eigenlijk in ons gezin ?

Hoe meer ik lees over jonge mantelzorgers, hoe meer ik me afvraag; hoe zit dat eigenlijk in ons gezin? Welke rol hebben onze kinderen? Geven we ze niet ongemerkt teveel taken? Sinds twee jaar ben ik ziek thuis. In het begin gingen we ervanuit dat het een tijdelijke situatie zou zijn maar de weken werden maanden. Bij aanvang van mijn revalidatietraject vond ik de drie maanden die het zou gaan duren niet te overzien. Ik was al zo lang weg van mijn werk, ik wilde weer aan de slag. Die gevreesde drie maanden werden er acht. Langzamerhand ging ik steeds verder achteruit en werd ik steeds beperkter in mijn kunnen. Mijn kinderen waren twee, vier en vijf toen ik thuis kwam te zitten. Mijn jongste is inmiddels vier en weet niet anders dan dat mama altijd pijn heeft.

Welke rol heeft mijn kind?

Inmiddels zijn onze kinderen zeven, zes en vier. Mijn jongste trekt zich nergens iets van aan. Als hij een knuffel wil, dan springt hij gewoon op schoot. Billen afvegen kan hij prima zelf net als aankleden. Maar als hij geen zin heeft, heeft hij geen zin! En dan kan mama de pot op met haar arm in d’r mitella of wat er dan ook mis is die week. Geen zin is geen zin! Over hem maak ik me niet zoveel zorgen, hij doet gewoon wat een vierjarige moet doen. Wel moeten we goed in de gaten houden dat hij zich niet teveel zorgen maakt. Aandacht krijgt hij gelukkig genoeg. Voetballen kan ik niet meer met hem maar ik lees nu wel vaker voor. Voor hem lijken we een goed evenwicht gevonden te hebben. Onze oudste twee zijn een ander verhaal. Onze zesjarige wil haar oude mama terug. Hoewel zij een van nature blij en onbezorgd kind is, maakt ze zich af en toe zorgen. Gelukkig kan ze daar goed over praten. Daar kiest ze haar eigen mensen voor uit. Soms ben ik dat, soms oma, soms oma. Ze helpt als ze zin heeft. En zo niet, dan niet.

Niet jouw taak

Dan onze oudste. Zij is heel gevoelig voor hoe het gaat met de mensen om haar heen. Ze voelt zich heel verantwoordelijk voor van alles en nog wat. Doordat ze uitzonderlijk hoogbegaafd is ( =IQ boven de 145) begrijpt ze ook nog eens meer dan de gemiddelde zevenjarige. Ze wil tot op het kleinste detail weten wat er met haar mama aan de hand is. En als ze de antwoorden niet krijgt die ze zoekt, dan zoekt ze die zelf wel op. Als we haar de ruimte zouden geven zou ze zich waarschijnlijk is no time ontpoppen tot de perfecte jonge mantelzorger. Die ruimte krijgt ze niet. Zij is het kind, wij zijn de ouders. Ze vindt het fijn om af en toe wat voor ons te doen en dat is prima. Daar erkennen we haar in. Zolang de rollen maar duidelijk blijven. Zij mag kind zijn, dat is haar taak. De zorg van mij overnemen is dat niet. Zorgen voor haar en de andere twee kinderen is mijn taak en die van haar vader. Soms ook die van oma, maar nooit die van haar.

Waar kan ik als jonge mantelzorger terecht?

Het is altijd belangrijk om als ouders een goed evenwicht te vinden tussen je kinderen thuis laten helpen en hen kind te laten zijn. Maar in gezinnen waar een gezinslid ziek is, is dat misschien wel éxtra belangrijk. Deze kinderen krijgen een extra ontwikkelingstaak mee; het leren omgaan met een zieke ouder of broer/zus. Maar ook de ouders krijgen een extra opvoedtaak toebedeeld; zorgen dat hun kind (of kinderen) niet teveel belast wordt.Wil je meer hierover weten? Jonge mantelzorgers ( of hun ouders) kunnen op de volgende websites terecht voor meer informatie of om ervaringen te delen:

  • Kankerspoken.nl: voor meer informatie over ouders met kanker
  • Kopstoring.nl: als je vader of moeder een verslaving of psychische stoornis heeft
  • De Kindertelefoon.nl: voor kinderen die even over een probleem willen praten
  • Koppkvo.nl: voor alle familieleden van mensen met een verslaving of psychische problemen
  • Zorgvoorjeouders.nl: voor jonge en volwassen mantelzorgers. Er zijn ook versies voor Marokkaans, Creools, Chinees, Hindoestaans en Turks

* dit lijstje en meer informatie voor en over jonge mantelzorgers is te vinden op de site Jonge mantelzorgers van de Rijksoverheid. *